Val


Als arbeidsinspecteur ontmoet ik veel mensen zoals Dirk. Harde werkers voor wie geen klus te gek is, geen dak te hoog en geen last te zwaar. Dirk stond op het dak. Het had gestormd, er waren platen losgerukt, kapot gegaan en weggewaaid. Nieuwe lagen op de grond in stapels te wachten op montage. Dirk was van de steiger gestapt om ergens iets beter bij te kunnen. Dirk was een harde werker; hij had nog meer te doen die dag. Niet voor de baas maar voor Wilma en de kleine die ze over twee maanden verwachtten. Dirk viel en zou zijn kleine meid nooit zien. Ik zag Dirk pas toen hij dood was. Leo heb ik wel leren kennen. Niemand wist dat Leo Leo heette. Iedereen zei Hé! Dan luisterde hij ook. Een opgeruimde kerel, altijd vrolijk. Op vrijdag haalde hij frikandellen, kroketten, loempia’s en voor vijfentwintig euro patat voor de hele bouw. Als voeger had hij een zwaar beroep, maar hij klaagde nooit. Zijn baas zette hem altijd extra in, want hij klaagde nooit. Hij kreeg het minimumloon uitbetaald, want hij klaagde nooit. Toen hij vijftig jaar was, was hij kapot. In de meest letterlijke zin van het woord.

Dirk en Leo, topsporters, helden. Ook mijn vader was topsporter. Kilometers liep hij met dienbladen vol koppen koffie. Duizenden biefstukken heeft hij weggebracht. Duizenden varkenshaasjes, miljoenen liters bier, frisdrank en wijn. Alles op een te groot dienblad. Vijfenveertig was hij toen hij niets meer kon. Op. Kapot. Stefan. Stefan reed rondjes. Heel veel rondjes. Want rondjes rijden was belangrijk. Het ging niet allemaal even gemakkelijk, maar dat was niet erg. Stefan werd verzorgd, gepamperd en ruim betaald. Wat kon er belangrijker zijn dan het rijden van rondjes? Wat was belangrijker dan een jaar lang elke dag uitproberen of je bij de start je hand op het ijs moest leggen of niet? Ondanks zijn concentratie en toewijding viel Stefan op een ongelukkig moment. De kranten stonden er vol van, Twitter was overbelast en Facebook ging uit de lucht. Onze koning was erbij en zag het gebeuren. Dirk viel ook. Drie regels op pagina 17. Dirk was dood. Door de verkeerschaos was de lijkwagen te laat en lag Dirk anderhalf uur in de stront tussen de koeien. Een wit lakentje over hem heen. Ik stond erbij en stelde een onderzoek in om voor Wilma en de kleine de toedracht te achterhalen, voor Dirk kon ik niets meer doen.

De nationale huilbaby, Erben Wennemars, loeide over het drama dat Stefan en dus Nederland was overkomen. Vallen bij schaatsen. Kon iemand zich iets ergers voorstellen? Toen Dirk was gevallen loeiden er koeien en sirenes. Voor de rest was er, afgezien van de gestaag vallende regen die op het dak tikte, stilte. Godzijdank geen Wennemars hier. Proportie zou op zijn plaats zijn. Proportie voor gekte. De Olympische Spelen zijn niet belangrijk. Voor elke winnaar zijn er tientallen verliezers. Bobsleeën, rodelen en shorttrack zijn grappig om naar te kijken maar worden we er beter van? Is het juist dat het aanzien van iemand wordt bepaald door de snelheid die hij schaatst? Vragen die we ons kunnen stellen terwijl de Dirken en Leo’s onze daken repareren en onze huizen bouwen. Mijn antwoorden weet u al, denk ik.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Raft

Bezet

Peuk