Zakje

Ik was niet van plan geweest om me om te draaien en de zoveelste straatventer te woord te staan. Zelfs dit mooie meisje niet; ze deed me denken aan Keira Knightley, en was de derde al die dag. Daarom zette ik de pas er nog even stevig in. ‘Mijnheer,’ hoorde ik haar tegen mijn rug zeggen. ‘Heeft u al een compensatiezakje?’ Onwillekeurig hield ik mijn pas in en draaide me om. Wat was dat nou voor vraag? Goed, ik ben de vijftig ruimschoots gepasseerd, en ook mijn ouderdom komt met gebreken, maar de consequenties deel ik het liefst met intimi. Niet midden op het Schaapmarktplein in Sneek op zaterdagmiddag. Ik keek het meisje diep in haar reebruine ogen. Ze droeg het logo van een energiemaatschappij op haar borst en lachte me vriendelijk toe terwijl ze op mijn reactie wachtte. In tegenstelling tot de meeste gezonde jonge kerels van tegenwoordig, zoek ik de helft van alle levensvragen niet meer per definitie in mijn Sloggy of Björn Borg, maar door de impertinentie van de vraag was er toch even de aanvechting om dat wel te doen.
‘Een compensatiezakje,’ herhaalde ik zonder het als een vraag te laten klinken. Ik dacht na.
‘Nee, ik geloof het niet. Alles functioneert nog prima.’
Keira wilde verder gaan, maar ik was haar voor.
‘Mijn vriend wel,’ zei ik. ‘Die rijdt Harley Davidson.’
Ze keek me vragend aan. ‘Hoe bedoelt u?’ 
‘Hoezo, hoe bedoelt u?’ vroeg ik. U begon over een compensatiezakje, ik niet.’
Omdat Keira begon te blozen, begon ik te vermoeden dat ik op het verkeerde spoor zat. Maar ik zat er nu goed in en ging nog even door.
‘En zo’n schande is het niet,’ zei ik. ‘Mijn opa zei het vroeger al: een goede haan is niet vet, en daarmee wilde hij zeggen dat mannen met een piccolo prima in staat zijn om de Tripla Concordia Sonata van Georg Philipp Telemann tot het eind uit te blazen.’ Ik vroeg me af of ik het woord happy voor eind had moeten toevoegen, maar dat leek me bij nader inzien niet gepast tegenover een onbekende jonge vrouw. Keira was nu de kluts helemaal kwijt. Ze stamelde iets onverstaanbaars. Waarschijnlijk woog ze af of ze haar verhaal over de inhoud van het zakje alsnog moest gaan afsteken. Over acaciazaadjes die ik moest gaan opkweken ter compensatie van mijn milieubelastende leefwijze. Ik zag haar twijfelen, maar het viel te prijzen dat ze desalniettemin een poging deed.
‘Nee mijnheer, het is wat anders. Rijdt u auto?’ vroeg ze. ‘Eet u vlees?’
‘Nee hoor. Ik doe alles op de fiets.’ Ter verduidelijking tikte ik even op het stuur van de fiets die ik aan de hand met mij meevoerde. ‘En ik ben veganist.’
Even, heel even maar, zag ik haar blik naar beneden gaan. Even vestigde ze haar aandacht op mijn buikpartij en wist ze dat ik slechts gedeeltelijk de waarheid sprak. Ja, ik eet vlees, maar ik eet ook groente. Ik ben een parttime veganist. Een buik als die van mij krijg je niet van bleekselderij, dat wist Keira ook. Weer twijfelde ze of ze door moest gaan en ze besloot van niet. Ze gaf het gele zakje in haar hand aan mij. ‘Stop ze in de grond,’ zei ze. ‘Dan heeft u over een paar jaar een paar prachtige bomen in de tuin.’
Ik nam ze aan. ‘Weet u,’ zei ik. ‘U hebt zich waardig gedragen tegen een hork als ik.’
Keira lachte vriendelijk naar me. ‘Geeft niet,’ zei ze. ‘Ik kan wel wat hebben. En trouwens, die acacia’s worden toch altijd door de slakken opgevreten.'

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Raft

Bezet

Peuk